h

Bijdrage Voorjaarsdebat van Daan Brandenbarg

Iets afbreken is makkelijk. Maar iets opbouwen is een heel ander verhaal. Zeker wanneer je wil opbouwen te midden van andere afbraakwerkzaamheden. Voorzitter, daar gaat het verhaal van de SP vandaag over. Over de grote opdracht om onze samenleving weer op te bouwen. Maar eerst nog even aan analyse van ons.

Er is de afgelopen decennia nogal wat afgebroken, voorzitter. Er werden tal van gezelliger klinkende eufemismen voor gebruikt: op afstand zetten, privatiseren, outsourcen, marktwerking invoeren. Onder de valse belofte belangrijke diensten goedkoper of efficiënter zouden worden werden belangrijke publieke taken weggehaald bij de overheid die van ons allemaal is en overgedragen aan de markt die slechts door enkelen bepaald wordt. Van onze post en telefonie, ons openbaar vervoer, tot onze energie, zorg en onze woningbouwverenigingen, onze gemeentelijke ICT.  Alle hippe eufemismen ten spijt: het bleef afbraak van de publieke sector.

Want het werd niet beter door deze politiek van privatiseringen voorzitter. De kwaliteit van diensten ging op zijn zachts gezegd niet omhoog, maar de kosten over het algemeen wel. En ondanks mooie beloften werden zaken ook niet efficiënter voorzitter. Omdat marktpartijen per definitie een ander belang naast het publieke belang hebben, was controle en toezicht nodig. Om nog maar te zwijgen van het geïnstitutionaliseerd wantrouwen en de registratiedrang die zijn intrede deed, omdat alles gefinacialiseerd werd. Ook IN onze overheid overigens voorzitter, politici en ambtenaren werden marktmanagers, projectleiders, scrum-masters en er werd gestuurd op prognoses, rekeningen, kengetallen en andere cijfertjes. Het machtsmiddel van het volk -deelname aan het democratisch proces- werd steeds minder waard: de politiek en de overheid gingen immers steeds minder over wezenlijke zaken.

Maar er werd wel winst gemaakt voorzitter! Er werd wél meer aan verdiend. Door hen die het toch al goed hadden: de aandeelhouders, de bestuursvoorzitters, en door een hele nieuwe consultancy-bedrijfstak die opkwam om dit alles te begeleiden.

De gevolgen van deze politiek zijn groot. Het heeft geleid tot een geërodeerde overheid. Een overheid die steeds minder kan. De Italiaanse econoom Mariana Mazzucato noemt dit ook wel de infantilisering van de overheid. Het idee van een slanke overheid die alleen stuurt en de uitvoering via aanbestedingen en concessies overlaat aan andere partijen en deze uitbestedingen laat begeleiden door legers van consultants zorgt dat er steeds minder kennis in de overheid wordt opgebouwd. Het gaat volgens haar uit van een idee over kennis dat volstrekt irreëel is. Alsof je die in een presentatie kan zetten en kan overdragen. Maar met de meeste kennis onze de publieke sector kan dat helemaal niet. Die is immers gebaseerd op wat we van dag tot dag leren over het beleidsterrein en vooral in de gemeenschap voor wie het beleid is bedoeld. Met de afbraak werd dus ook de organisatiekracht, de kennis en de uitvoeringsmogelijkheden afgebroken.

En het is voor heel veel mensen voelbaar wat dat betekent: Je hoeft Groningers niet te vertellen wat de gevolgen zijn van een overheid die amper nog kan organiseren: dat voelen zij dagelijks in de hersteloperatie. Je hoeft ouders van de toeslagenaffaire niet te vertellen wat de gevolgen zijn van een overheid gestoeld op geïnstitutionaliseerd wantrouwen. Je hoeft inwoners van Groningen niet te vertellen wat de gevolgen zijn van een overheid die nog geen brug kan bouwen die aansluit bij hun wensen. En je hoeft huurders niet te vertellen wat de gevolgen zijn van een geliberaliseerde woningmarkt of het omvormen van woningbouwverenigingen naar corporaties.

De jarenlange afbraak van onze publieke sector heeft niet alleen de ongelijkheid vergroot, de armoede verergerd en onze overheid uitgehold. Het heeft het vertrouwen in de overheid EN andere collectieve instituties totaal afgebroken. Dat werd verkocht of goedgepraat met een ideologisch sausje van zelf- of samenredzaamheid, of als vrijheid voor het individu. Maar in essentie werd daarmee gezegd:  Zoekt u het zelf maar uit. U heeft onze analyse hierover bij de jaarrekening ook gehoord voorzitter, maar als een terugtrekkende overheid mensen decennialang vertelt dat hun succes hun eigen verdienste is en hun pech hun eigen schuld, dat zij als individu hun zaakjes maar op orde moeten hebben. Dan moet je niet verbaasd zijn dat ze zich individualistischer gaan gedragen. Dan moet je niet verbaasd zijn dat de solidariteit is uitgehold. Dan moet je niet verbaasd zijn dat spanningen in de maatschappij oplopen. Dan moet je niet verbaasd zijn dat mensen zich afkeren en niet meer stemmen.

Dat is onze context voorzitter. Van daaruit moeten wij politiek bedrijven. Tussen en met het puin van die afbraak moeten we weer opbouwen. Maar dat kan voorzitter, met creativiteit is van scherven best wat moois te maken. Het moge duidelijk zijn dat die opdracht enorm is. Het moge ook duidelijk zijn wat voor mijn fractie dan absolute prioriteit heeft bij begrotingen. Zeker in financieel zwaarder wordende tijden.

Dan kiezen wij ten alle tijden voor een sterk en ruimhartig armoedebeleid, gebaseerd op vertrouwen en gericht op het wegnemen van de oorzaken van armoede. Dan kiezen wij voor het opbouwen van een overheid die zichtbaar aanwezig is in de meest kwetsbare wijken en buurten: met buurt- en opbouw-, en jongerenwerkers. Zij doen immers erg belangrijk en preventief werk, juist in die verhardende samenleving. Dat kiezen wij voor een beleid waarbij we weer publieke instituties opbouwen die van onze inwoners zijn, zodat hun stem er toe doet. Dan kiezen wij ervoor om langjarig, samen met onze inwoners ervoor te zorgen dat de mensen die in onze wijken wonen waar de ongelijkheid het hardst gevoeld wordt en de klappen van crises telkens het hardste aankwamen, straks in onze mooiste wijken wonen. Waar buurthuizen staan die iconen voor de buurt zijn, waar jongeren met alle achtergronden en uit alle lagen van de samenleving samenkomen, waar ouders en andere buurtbewoners graag komen. Waar de zorg, welzijn en ondersteuning dichtbij zijn. Waar het goed en veilig wonen is. {zag u wat ik hier deed?}. Die sociale infrastructuur vormt voor ons de basis van onze samenleving. Als je die niet hebt dan brokkelt de samenleving nog verder af.

Maar ook dat wordt ons niet makkelijk gemaakt voorzitter. Dat zien we in deze voorjaarsbrief. Er komt structureel te weinig geld van het rijk voor de taken die zij bij ons heeft belegd. Er is al veel gezegd over het tekort in 2026 en verder. En je kan daar op twee manieren mee omgaan: je kan ervoor kiezen om nu het te mes zetten in de uitgaven en die tekorten weg te poetsen. Maar dan ben je medeplichtig aan het politieke project van de afbraak. Het moge duidelijk zijn dat mijn partij die keuze niet maakt. Wij zijn er trots op dat dit college het durft om een niet-sluitend meerjarenbeeld te presenteren, net als sommige andere gemeenten trouwens, om aan het rijk te laten zien: zo kan het niet. We moeten er alles aan doen, met iedereen die daaraan wil bijdragen, om voor elkaar te krijgen dat wij voldoende geld van het rijk voor al die zo noodzakelijke projecten. Daarover gaat ook onze motie voor een maatschappelijke coalitie.

U bent hier